Nieuws


Gemeente Bergen restaureert lijkenhuisje

Het verschijnsel lijkenhuisje bestaat reeds lang. Al in de 18e eeuw waren er soms lijkenhuizen om doden op te baren, omdat er thuis geen plaats was i.v.m. de kleine behuizing. In de kustplaatsen waren ze er ook om aangespoelde drenkelingen op te baren. In de begrafeniswet van 1869 worden ze genoemd, daar waar staat dat geen begrafenis vroeger geschiedt dan 36 uren of later dan de vijfde dag na het overlijden.

Na een pokkenepidemie met 21.000 slachtoffers nam het parlement in 1872 de Wet op de besmettelijke ziekten aan. Op elke begraafplaats diende een lijkenhuis te zijn. Hier moesten mensen heen gebracht worden die aan een besmettelijke ziekte gestorven waren. Zij konden er in afzondering opgebaard worden. Zo werd besmetting tegen gegaan.

Hierna kwam ook de gemeente Schoorl snel in actie. Aan W.F. du Croix, gemeentearchitect te Alkmaar, werd opdracht gegeven tot het maken van een begroting voor het bouwen van een lijkenhuisje en voor een ijzeren afsluithek langs de begraafplaats (Molenweg). Hij begrootte het lijkenhuisje op f 424,- en het hek op f 201,25.

Op aandringen van De Laatste Eer is het huisje door de Gemeente Bergen gerestaureerd en blijft als monument bewaard voor de volgende generaties.

 

 

 

 

 

 

 


Gerestaureerd Lijkenhuisje op de Gemeentelijke begraafplaats Schoorl.